Controles en verzorging van de baby

De kraamverzorgende zal jullie alles vertellen over de verzorging, voeding en het gedrag van jullie baby. Er zijn een aantal standaard controles die zij iedere dag zal uitvoeren bij jullie kindje:

  • Voeding: er wordt iedere dag in de gaten gehouden of de baby goed drinkt. Ze ondersteunt hierbij en geeft tips waar nodig. Ze vertelt over het gedrag van een baby en voedingssignalen.
  • Plassen: De eerste dagen wordt er gekeken naar hoeveel en hoe vaak de baby plast. Als er voldoende voeding binnen komt, dan zal de baby ook goed plassen. Zij zal de eerste dagen vragen om de luiers te bewaren zodat ze precies kan zien of de baby heeft geplast en hoeveel dit was.
  • Ontlasting: er wordt gekeken naar hoe vaak de baby poept, de hoeveelheid en de kleur van de ontlasting. De eerste dagen loost een baby donkere poep, dit heet meconium. Door de voeding zal de kleur van de ontlasting veranderen en verandert dan van bruin naar geel.
  • Temperatuur: de baby wordt 2 à 3 keer per dag getemperatuurd. De temperatuur is tussen de 36,5 - 37,5 ˚C. Daarnaast vertelt de kraamverzorgende hoe je een baby warm houdt en hoe je op andere manieren de temperatuur in de gaten kunt houden.
  • Gewicht: de baby wordt gewogen. De meeste kinderen vallen ongeveer 7% van hun geboortegewicht af en hebben tot de 14e dag na geboorte de tijd om weer op hun geboortegewicht te zijn.
  • Gedrag: ieder kind is anders. Toch zijn er een aantal signalen die wijzen op honger, willen slapen, troost en ongemak. De kraamzorg zal jullie hierin proberen wegwijs te maken zodat jullie daarna een soort van handleiding van signalen hebben.
  • Navelstreng: deze droogt in zoals dit wordt genoemd. De dikke streng wordt dun en donker waarna het vanzelf loslaat. Wanneer dit gebeurt, verschilt per kind maar zal tussen de 4e een 10e dag zijn. Het kan dan ook vies ruiken.
  • Badje: een baby zal de eerste 24-36 uur niet in bad gaan. De huid moet eerst wennen en baby’s koelen snel af. De kraamverzorgende helpt bij het badje of mee onder de douche gaan.
  • Verdere verzorging: de kraamverzorgende zal uitleggen hoe jullie zelf alle bovenstaande controles in de gaten kunnen houden. Ze vertelt wat normaal is en wat niet. Ze helpt met het verschonen van de luier, aankleden en bedje opmaken. Zo zijn er veel handigheden die je van haar kunt leren.

In het boek, het kraamdossier, dat de kraamverzorgende geeft na de intake kun je lezen welke controles zij zal doen en welke informatie zij zal geven.

Veilig slapen

Het is het beste om je kindje de eerste maanden bij jullie op de kamer te laten slapen. Je hoort zo beter wanneer een kindje hongerig is, het is handig als je ’s nachts moet voeden en daarnaast vermindert het de kans op wiegendood.

Er zijn veel tips die ervoor zorgen dat het bedje of wiegje een veilige slaapplek is. Op de site van veiligheid.nl vind je ook alles over de adviezen van een veilige slaaphouding, welke dekens je wel en niet kunt gebruiken en wat een goede omgeving is om in te slapen.

Tijdens de intake van de kraamzorg, kun je ook vragen stellen over de wieg, het matras en het dekentje. Tijdens de eerste week na de geboorte vertelt de kraamverzorgende ook voldoende om jullie voor te bereiden op de tijd erna. En na de eerste week kun je altijd met je vragen terecht bij het consultatiebureau.

Kijk ook bij Veilig slapen tips

Vitamine K en D

Tijdens de zwangerschap en bevalling geef je zoveel mogelijk goede voedingstoffen en bescherming mee aan je kind. Toch kan je lichaam niet in alles voorzien. Dat geldt onder andere voor vitamine K en D. Bij borstvoeding is het advies om te starten met beide vitaminen. Bij flesvoeding met een hoeveelheid van meer dan 500ml per dag, is vitamine K niet meer nodig . Vitamine D nog altijd wel. De vitaminen worden beide in druppelvorm gegeven. Je start de eerstvolgende week op de geboortedag (op maandag bevallen, week daarna op maandag starten enz.). De vitamines zijn te halen bij de apotheek en drogist. De dagelijkse hoeveelheid is hetzelfde, maar de dosering (het aantal druppels) kan verschillen per merk. Kijk daarom altijd even op de verpakking.

Vitamine K

Baby’s kunnen pas na 3 maanden zelf voldoende vitamine K aanmaken in hun darmen. Tot die tijd is het advies om dagelijks 150 microgram in druppelvorm te geven. Vitamine K zit o.a. in (groene) bladgroenten, fruit, melkproducten, vlees, eieren en granen. Deze vitamine is essentieel voor een goede bloedstolling.

Baby’s kunnen een tekort hebben aan vitamine K omdat ze tijdens de zwangerschap onvoldoende binnen hebben gekregen. Dit komt doordat vitamine K niet de placenta passeert en de baby geen voorraad van vitamine K aanmaakt. Anderzijds heeft een pasgeborene te weinig darmbacteriën die vitamine K aanmaken. Hierdoor hebben zij meer kans op ernstige bloedingen. Het geven van vitamine K verlaagt het risico hierop.

Vitamine K is niet meer nodig als je meer dan 500 ml kunstvoeding geeft. Als je kindje die hoeveelheden per dag nog niet haalt of je zowel borst- als flesvoeding geeft, dan start je ook met het geven van vitamine K.

Vitamine D

Vitamine D is essentieel voor de aanmaak van botten en tanden. Het zorgt ervoor dat je calcium kunt halen uit voeding. In Nederland is het advies om alle kinderen tot 4 jaar 10 microgram extra vitamine D te geven. Het maakt dus niet uit of je borst- of flesvoeding geeft.

Bron: Voedingscentrum

Geboorteaangifte

De geboorte van je kind wordt officieel gemaakt wanneer de baby staat ingeschreven bij de gemeente waar het is geboren. Ben je bevallen in het ziekenhuis, dan is de aangifte bij de gemeente van het ziekenhuis.

De aangifte is verplicht en moet binnen 3 werkdagen:

Bron: Rijksoverheid

Als er een feestdag valt in de periode waarin je geboorteaangifte moet doen, dan schuift de termijn 1 dag op. Feestdagen zijn: Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren, Koningsdag, Bevrijdingsdag en Kerstmis.

De achternaam

Bedenk van tevoren welke achternaam de baby krijgt. Weet dat de achternaam ook geldt voor de kinderen die met dezelfde partner volgen. Meer informatie over en regels m.b.t. de achternaam keuze van een kind vind je op de website van de Rijksoverheid.

Wat is er nodig voor de aangifte:

  • een geldig legitimatiebewijs van diegene die aangifte doet.
  • een geldig legitimatiebewijs van de moeder.
  • eventueel een trouwboekje of partnerschapsboekje, zodat jullie kindje daarin kan worden bijgeschreven.
  • erkenningspapieren.
  • eventueel bij duo moederschap: de verklaring afgegeven door de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (alleen nodig als de donor anoniem is).
Kosten

De aangifte van geboorte zelf is gratis. De gemeente maakt na de aangifte een geboorteakte op. In de geboorteakte staan de voornaam of voornamen en de achternaam van de baby. Ook de namen van de ouders, de geboortedatum, -tijd en -plaats staan hierin. Je kunt een afschrift of uittreksel van de geboorteakte krijgen. Deze kost tussen de  €12 à €15 voor meer informatie druk dan op de onderstaande gemeente waar je kindje geboren is.

Als je erkent na de geboorte

De erkenning van de baby is het meest praktisch om te doen vóór de geboorte. Als jullie willen dat de baby de achternaam van de partner krijgt, dan zal de moeder mee moeten naar de burgerlijke stand. Doe je dit niet, dan moet de moeder na de geboorte ook mee naar de geboorteaangifte. Dit is iets dat je liever wilt voorkomen. Meer informatie over erkenning lees je hier

Waar aangifte doen?

In veel gemeentes kun je online een afspraak maken. Het kan per gemeente nog verschillen wat wenselijk is om mee te nemen. Klik op de gemeente waar jullie kind is geboren en kom direct bij de juiste informatie - om een afspraak te maken en te lezen wat er meegenomen dient te worden voor de aangifte:

De hielprik en gehoortest

Na de geboorte kun je je kind laten testen op verschillende ziekten en het gehoor. Dit wordt gedaan door middel van een hielprik en een gehoortest. Wanneer de geboorteaangifte bij de gemeente is gedaan, geeft deze een bericht door aan de regionale GDD. De GDD stuurt een medewerker van Jeugdgezondheidszorg op pad om bij jullie thuis de testen uit te voeren. Kortom, jullie hoeven hier zelf niets voor te regelen. De testen worden vergoed en zijn niet verplicht.

Wanneer je nog met je kindje in het ziekenhuis bent, dan zullen ze daar de test uitvoeren.

De hielprik

In de eerste week na de geboorte tussen dag 4 en 8 wordt de hielprik uitgevoerd. Dit gebeurt door een prikje in de hiel van de baby te geven. Er zijn maar een paar druppels bloed nodig om 22 verschillende ziekten te testen. De meerderheid van die ziekten zijn erfelijke ziekten van de stofwisseling, ofwel: metabole ziekten. Maar ook een ziekte van de schildklier, bijnier en bloedziekten worden bepaald. Voor deze aandoeningen is genezing niet mogelijk maar door ze vroegtijdig op te sporen kan er met medicatie of een speciaal dieet schade worden voorkomen of beperkt.

Geen bericht is goed bericht. Als er binnen 5 weken geen contact is opgenomen, dan is de uitslag goed. Wanneer de uitslag toch ongunstig blijkt, dan wordt er door de huisarts zo spoedig mogelijk contact opgenomen. 

De gehoortest

Direct met de hielprik wordt ook de gehoortest uitgevoerd. Wanneer de hielprik al in het ziekenhuis is uitgevoerd, kan het zijn dat de medewerker van de Jeugdgezondheidszorg alleen de gehoortest komt uitvoeren. Dit kan tot 6 weken na de geboorte.

Via een zacht, klein dopje in het oor wordt een zacht en knetterend geluid gezonden. Een goed werkend oor geeft signalen terug wat door het dopje in het oor weer wordt ontvangen. Het apparaat waar het dopje aan verbonden is geeft aan of de reactie van het oor voldoende is.

De uitslag kan voldoende of onvoldoende zijn. Wanneer de test onvoldoende aan beide of één van de oren aangeeft, kan de oorzaak zijn dat het oortje wat water of smeer bevat. De test wordt altijd eerst voor een tweede keer herhaald alvorens er verder onderzocht wordt.

De test geeft aan dat je kindje een voldoende gehoor heeft om te leren praten. Het geeft geen zekerheid dat je kindje later niet slechthorend zal zijn. Daarom is het wel belangrijk om op alert te blijven op het gehoor.  

Voor meer informatie over beide onderzoeken lees de folder van het RIVM.

Folder Screeningen bij pasgeborenen

(andere talen)

Koortslip (herpes labialis)

Bij jonge kinderen en zeker bij pasgeborenen is een koortslip gevaarlijk. Een baby heeft afweer en beschermende stoffen van zijn moeder gekregen, maar dit systeem is nog  niet optimaal ontwikkeld. Voor volwassenen is een koortslip vervelend. Baby’s kunnen flink ziek worden van een koortslip met zelfs een hersenvliesontsteking als gevolg. Een actieve koortslip kun je herkennen als er vocht in of uit de koortslip komt. Het vocht bevat het herpes-virus.

Als moeder kun je gewoon borstvoeding geven als je een koortslip hebt mits je een mondkapje draagt en goed op de hygiëne let door o.a. je handen te wassen. Voor andere gezinsleden geldt hetzelfde. Voor bezoek geldt dat ze dit het beste uit kunnen stellen. Laat bezoek in ieder geval niet de baby aanraken, knuffelen of een kus geven.  

De helft van de kinderen krijgt huiduitslag bij een infectie door het herpesvirus. Daarnaast kunnen ze koorts krijgen of juist een lage temperatuur, suf worden, veel slapen, slecht gaan drinken, geprikkeld zijn en veel huilen. Heb je twijfels over een besmetting overleg dan altijd met de huisarts of huisartsenpost.